Wij verzamelden, zoals gebruikelijk op nieuwjaarsochtend, bij Casacara om het vuurwerk op De Poort te bekijken. Dat was onze hoek; aan de andere kanten van De Poort verzamelden andere groepen jongeren. Geen idee wie daar stonden, maar jaarlijks werd er wel een poging gedaan de telefooncel fsst, bij Hotel-Restaurant De Poort, op te blazen. Ondanks de agenten in burger die opzichtig in de buurt rondhingen lukte het vrijwel altijd.
Terwijl we elkaar een gelukkig - of gezegend - nieuwjaar wensen, kus-kus, gaat het spervuur van strijkers om ons heen onverminderd voort. Hele sporttassen vol worden verstookt, waarbij degenen die ze afsteken weinig plezier lijken te beleven: met mechanische bewegingen gooien ze de ene na de andere strijker.
Rick W. doet het anders, hij is creatief met z’n strijkers; hij probeert het vuurwerk dichtbij de feestvierende mensen te gooien. Dat lukt buitengewoon: met een boogje beland één van zijn strijkers in m’n nek. Ik voel iets landen, een vlam brandt de voorkant van m’n nek en ik weet gewoon dat daar, ingeklemd tussen de kraag van m’n jas en m’n halsslagader, een strijker ligt te branden. Als een waanzinnige pluk ik aan de kraag van m’n jas om het onding weg te krijgen, maar het lukt niet. Hoeveel seconden heb ik nog? Ik durf m’n vingers niet te gebruiken uit angst ze te verliezen, als ik de strijker pak en hij ontploft net op dat moment. Om me heen heeft bijna niemand in de gaten wat er aan de hand is - behalve Theo. Hij springt op me af en met één tik van z’n hand weet hij de strijker van z’n plek te krijgen. Het groene staafje valt naar beneden maar ontploft nog voordat hij de grond raakt.
De pijn van de eerstegraads brandwond in m’n nek is niet fijn, maar het had veel erger kunnen zijn. Voor m’n gevoel had ik wel dood kunnen gaan hier, op zomaar een nieuwjaarsochtend ergens in de jaren ‘90 op De Poort. Trillend op m’n benen maak ik dat ik wegkom - naar huis, zo snel mogelijk..
Maar voordat ik vertrek bezweer ik nog een dreigende kloppartij, enkele van m’n wat meer heetgebakerde vrienden willen Rick W. even een lesje leren. Ik heb er geen behoefte aan. Ik ben allang blij en dankbaar dat ik nog leef.