Posted 1 month ago

Zeebanket - Visafslag Blanes

Posted 1 month ago

The Koikenhoof

‘The koikenhoof’. Dat was het antwoord van de 74-jarige Amerikaans-Duitse gast van mijn ouders, op de vraag waar ze zaterdag heen wilde. We hadden een dagje uit met haar gepland en zij mocht de bestemming kiezen. Stiekem rekende ik al op een dag Rijksmuseum of Hermitage, dat zijn tenslotte internationaal bekende bestemmingen! Zeker het Rijksmuseum heeft een hoop publiciteit gehad rondom de heropening. Maar nee.. ‘I want to go to the Koikenhoof. Been there three times, love the place’.

De Keukenhof..? Dat had ik niet op m’n lijstje staan, wat is daar nou helemaal te doen? Bloemetjes kijken? Niet mijn idee van een dagje uit, eerlijk gezegd. Ook zoonlief zag het niet helemaal zitten: een zuinig gezicht, ‘daar ga ik me écht vervelen Pa’.

Tsja. We hebben het beloofd, we gaan het gewoon doen! En dus waren we laatst op een zaterdag in de ‘Koikenhoof’; wij en nog een heleboel andere mensen. We hadden niet helemaal in de gaten dat het bloemencorso van Lisse zo’n groot evenement was.. Belgen, Duitsers, Italianen, Spanjaarden, Denen, Zweden, Fransen en hordes aziaten: volgens nu.nl waren er een miljoen bezoekers in het gebied. Wat een mensen! Het werd dus een drukke dag met veel file en rijen.

Maar wat ik eerlijk moet bekennen..? Ik heb m’n ogen uitgekeken. Wat een prachtige variaties op feitelijk overbekende bloemen als de Tulp en de Narcis  heb ik nooit gezien. Zeer de moeite waard. Ik weet het, de Keukenhof heeft een stoffig imago.. maar eigenlijk moet je toch een keer gaan kijken. Alleen niet op de dag van het bloemencorso in Lisse..

Posted 1 month ago
Posted 2 months ago

Bloem

Posted 2 months ago

Belofte

Posted 2 months ago

Bijna écht lente

Posted 10 months ago

Internet: Is This the Best or the Most Evil Parenting Trick Ever?(via @Gizmodo)

I don’t know who had the genius idea—and courage—to stick this post-it on their fridge door but, as evil as it may seem for kids all around the world, it’s the best parenting tip I’ve ever seen on this age of underage internet junkies.

Posted 11 months ago

“Mijn vader is gedood in de oorlog”

“En je ouders, wonen die ook hier in Bosnië?” vraag ik aan de frèle maar pittige Bosnische vrouw die tegenover ons aan tafel zit. “Mijn vader leeft niet meer, die is gedood in de oorlog” zegt ze.

“We woonden bij Prijedor, hier niet zover vandaan. Ik was veertien, het was 20 juli 1992 toen de Serven kwamen. Al onze mannen moesten mee, m’n vader, ooms, neven.. Sommigen werden direct achter hun huis doodgeschoten, anderen zijn gewoon verdwenen. Drie dagen mochten we niet naar buiten, de Serven zouden ons ook doodschieten als we naar buiten gingen. De lichamen van onze mannen lagen al die tijd in de hete julizon op de grond. M’n vader was er niet bij, ontdekten we later, we hebben nooit meer een spoor van hem teruggevonden. Het is nu bijna 20 jaar geleden en ik weet niet wat er met m’n vader gebeurd is of waar hij begraven is. Ik zou zo graag bloemen op z’n graf leggen, maar er is geen graf.”

“Zesendertig mannen uit mijn familie zijn op 20 juli gedood. Bij de mannen die m’n vader kwamen ophalen waren trouwens mensen die hij al heel lang kende, een man met wie hij 20 jaar op kantoor gezeten had. Ons huis werd ook in de brand gestoken, we verloren alles.”

“Weet je, ze noemden het een oorlog, maar dat was het helemaal niet. Zij hadden geweren, pistolen, wij hadden niks! Onze mannen waren volslagen weerloos. Dan is het toch geen oorlog? Het was gewoon moord.”

“Uiteindelijk stopten de Serven ons in vrachtwagens, In de brandende zon. Schouder aan schouder zaten we achterin, terwijl de zeilen van de vrachtwagen dicht moesten blijven. Er was geen lucht, er was geen drinken en geen eten. Vijf dagen lang kregen we niks! De oude man tegenover me ging zomaar ineens dood. Velen stierven in die vrachtwagens. De lijken werden over de hoofden van de overlevenden doorgegeven, naar buiten. M’n moeder had nog wat Duits geld, en voor 100 DM kocht ze een fles water. We mochten maar heel weinig drinken van m’n moeder, telkens een klein slokje. Na die vijf dagen reden de Serven ergens een berg op en lieten ons, helemaal boven, uitstappen. Te voet moesten we weer naar beneden, maar er lagen overal mijnenvelden. Als je even niet oplette.. boem!.”

“Maandenlang hebben mijn moeder, m’n broertje, m’n zusje en ik in Prijedor in een kamp gezeten. Het was er vreselijk.” De vrouw draait zich om en roept iets in rap Bosnisch naar de ober die ons bedient. Hij knikt en zegt iets terug. “Hij zat ook in het kamp, zes of zeven maanden.”

“Uiteindelijk konden we, via een oom, vluchten naar Slovenië. Daar hebben we de volgende zomer druiven geplukt om wat te verdienen. We spraken de taal niet, moesten helemaal overnieuw beginnen. Een jaar of twee later heeft m’n moeder iemand gevonden die ons naar Duitsland kon helpen. Midden in de nacht zijn we uiteindelijk lopend ergens de grens naar Duitsland overgestoken. Al onze bezittingen zaten in één boodschappentas: wat kledingstukken en een t-shirt van m’n vader. Verder hadden we niks meer, geen foto’s, sieraden of papieren - niks. In Duitsland kwamen we in een opvangcentrum terecht, daar stonden van die ijzeren bedden met dunne matrassen. M’n moeder ging zitten en begon te huilen, dat zal ik nooit vergeten. Ik was heel blij dat ik in Duitsland was, want dan kon ik weer naar school. Maar, ze wilden me in een klas stoppen met kinderen van twaalf, terwijl ik zelf zeventien was! Eigenlijk kon dat ook niet anders want we spraken geen woord Duits. Weer moesten we overnieuw beginnen, weer een ander land, weer een andere taal. M’n broer en ik hebben toen besloten dat we maar beter konden gaan werken. M’n moeder kon ergens aan de gang als schoonmaakster, en ik ben dat ook maar gaan doen. Een opleiding heb ik nooit meer afgemaakt, en m’n broer ook niet.”

“Ik haat de Serven niet, echt niet. De Bosniërs zullen ook wel fouten gemaakt hebben. Maar wat me pijn doet is dat sommige Serven nu ontkennen dat het kamp er was, dat ze doen alsof er niets gebeurd is. Die lui die in Den Haag terechtstaan zeggen allemaal dat het wel meeviel, dat er geen kamp was. Ik heb er zelf gezeten! Vijf maanden! Het gebouw staat er nog, ik kom er met de auto vaak langs. We hebben geprobeerd er iets van een gedenkteken te maken, maar dat mag niet van de Serven, want die beweren nu dat er helemaal geen kamp was. Dat doet me nog steeds pijn. En dat ik niet weet waar m’n vader is, natuurlijk.”

Annex V: the Prijedor Report

Posted 1 year ago

Strijker in m’n nek

Wij verzamelden, zoals gebruikelijk op nieuwjaarsochtend, bij Casacara om het vuurwerk op De Poort te bekijken. Dat was onze hoek; aan de andere kanten van De Poort verzamelden andere groepen jongeren. Geen idee wie daar stonden, maar jaarlijks werd er wel een poging gedaan de telefooncel fsst, bij Hotel-Restaurant De Poort, op te blazen. Ondanks de agenten in burger die opzichtig in de buurt rondhingen lukte het vrijwel altijd.

Terwijl we elkaar een gelukkig - of gezegend - nieuwjaar wensen, kus-kus, gaat het spervuur van strijkers om ons heen onverminderd voort. Hele sporttassen vol worden verstookt, waarbij degenen die ze afsteken weinig plezier lijken te beleven: met mechanische bewegingen gooien ze de ene na de andere strijker.

Rick W. doet het anders, hij is creatief met z’n strijkers; hij probeert het vuurwerk dichtbij de feestvierende mensen te gooien. Dat lukt buitengewoon: met een boogje beland één van zijn strijkers in m’n nek. Ik voel iets landen, een vlam brandt de voorkant van m’n nek en ik weet gewoon dat daar, ingeklemd tussen de kraag van m’n jas en m’n halsslagader, een strijker ligt te branden. Als een waanzinnige pluk ik aan de kraag van m’n jas om het onding weg te krijgen, maar het lukt niet. Hoeveel seconden heb ik nog? Ik durf m’n vingers niet te gebruiken uit angst ze te verliezen, als ik de strijker pak en hij ontploft net op dat moment. Om me heen heeft bijna niemand in de gaten wat er aan de hand is - behalve Theo. Hij springt op me af en met één tik van z’n hand weet hij de strijker van z’n plek te krijgen. Het groene staafje valt naar beneden maar ontploft nog voordat hij de grond raakt.

De pijn van de eerstegraads brandwond in m’n nek is niet fijn, maar het had veel erger kunnen zijn. Voor m’n gevoel had ik wel dood kunnen gaan hier, op zomaar een nieuwjaarsochtend ergens in de jaren ‘90 op De Poort. Trillend op m’n benen maak ik dat ik wegkom - naar huis, zo snel mogelijk..

Maar voordat ik vertrek bezweer ik nog een dreigende kloppartij, enkele van m’n wat meer heetgebakerde vrienden willen Rick W. even een lesje leren. Ik heb er geen behoefte aan.  Ik ben allang blij en dankbaar dat ik nog leef.

Posted 1 year ago

Een wolk en zijn regenboog